De afgelopen zomer heb ik met volle teugen kunnen genieten van alle topsport die op televisie voorbij trok. Eerst het EK Voetbal, vervolgens tennis op Wimbledon en Roland Garros (of is het nu andersom), daarna het wielrennen in de Tour de France (vergeven van de doping maar het blijft een mooi gezicht om die mannen bergop te zien rijden) en ten slotte de Olympische spelen. Vooral als er wereldrecords worden gebroken, hebben ze mij geboeid te pakken.

Een hoogtepunt bij al deze sport afleveringen is het commentaar van de sport verslaggever en dan vooral de opsomming van de ontberingen en het ‘afzien’ die de sporters hebben moeten leveren, om hun topprestatie te leveren. Slecht nieuws verkoopt nu eenmaal goed en dus worden we als toeschouwer overspoeld met informatie over eenzame afzondering van sporters in een tentje die een hoogte stage nabootst (dat schijnt goed voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes te zijn), de medische gegevens van sporters die ‘van glas’ zouden zijn en om de haverklap blessures hebben opgelopen of de dagindeling van het eenzame hotel leven van rondtrekkende sporters die zich van toernooi naar toernooi gesleept hebben. En het summum is natuurlijk de zwemmer die vier jaar werkelijk alles opzij zet (zelfs zijn eigen verjaardagfeestjes sloeg hij over!) om maar liefst 8 keer te schitteren op het hoogste podium. De glans van het goud schijnt voor de toeschouwer des te meer door de kennis over alle ‘pijn’ die geleden is.

Ik moest hier waar aandenken toen ik de column van John Faasse las over het gebrek aan transparantie van de online panel onderzoeken. Als een volleerde Jack van Gelder klaagde John over de onderzoekbureaus die met hun panels ruim een jaar na NOPVO nog steeds geen inzage willen geven in hun respondenten. Als betrof het EPO zouden alle goede aanbevelingen uit het NOPVO onderzoek door de vermaledijde bureaus in de kieperton zijn gegooid. En als een echte sportbond bestuurder werd er kritiek geuit al zouden de pupillen (lees de bureaus) de wijze raad van de ervaren sport-bobo niet opvolgen.

Helaas, de werkelijkheid zit iets gecompliceerder in elkaar. De MOA en de aangesloten bureaus hebben het NOPVO onderzoek mogelijk gemaakt. De resultaten zijn aanleiding voor het opstarten van een clearing-house waar de verschillende panels hun respondenten kunnen laten screenen op overlap en werkelijke deelname frequentie. Internationaal wordt gewerkt aan ISO-certifisering voor panels waar gebruikers de kwaliteit aan kunne toetsen. Alles tegen de achtergrond om gebruikers meer inzicht te geven in de opbouw van de panels en het profiel van de panelleden. Maar op een zorgvuldige en (juridisch) juiste wijze. En dat kost tijd. Tijd voor onderlinge afstemming en het opstellen van protocollen. En net als sporters vindt het trainen meestal in stilte plaats en in alle concentratie. Om na al het trainen een topprestatie neer te kunnen zetten.

Het is denk ik fair om de bureaus te teasen om nu daadwerkelijk actie te gaan ondernemen en de markt van betrouwbare panelinformatie te voorzien. En het is ook fair om dat met alle zorgvuldigheid te doen. In de planning ligt dat medio 2009 het Clearing house een feit zal zijn, medio 2010 zal er dan ook een ISO-certifisering zijn voor de panels. Dat zal een topprestatie zijn voor de branche en een impuls voor de kwaliteitsbeleving! Tot die tijd moeten we nog even geduld hebben. Maar ja, het volgende EK en de volgende Olympische Spelen zij ook pas in 2012.

Pieter Paul Verheggen

Pieter Paul Verheggen is voorzitter van de MOA en schrijft deze colomn op persoonlijke titel.

Tags: ,
Plaats een reactie