Archief voor categorie “Marketresearch”


De Nederlandse politiek is al een tijdje op zoek naar de juiste weg. Het gaat niet goed en de kiezer keert zich massaal tegen de regeringspartijen. Dan wil je natuurlijk geen beslissingen nemen die op grote onvrede kunnen stuiten.

Minister van VWS Camiel Eurlings heeft met de kilometerheffing natuurlijk een heet hangijzer, waar geen van zijn voorgangers zijn/haar vingers aan wilde branden. Met het CDA gaat het vooral sinds het Irak debacle helemaal niet goed, dus een wet doorvoeren waartegen weerstand bestaat is geen goed idee. Dus grijpt Eurlings naar de ideale uitweg als je het niet meer weet: we vragen het de kiezer!

Een laffe wijze om een wet niet door te zetten. Door het in de handen van de ANWB te leggen en die een ‘onderzoek’ te laten houden is vragen naar de bekende weg. Het feit dat iedereen de vragenlijst kan invullen nodigt vooral tegenstemmers uit en zal dus per definitie niet representatief zijn. Ook de Telegraaf doet dan graag een duit in het zakje. Geschrokken door de commotie heeft ie inmiddels een beetje ingebonden (’de kamer beslist’ ).

Het is een beetje een nieuwe trend in de politiek. In de zoektocht naar kiezers durven politieke partijen geen stelling meer te nemen voordat het aan de kiezer is voorgelegd. Vroeger stond een politieke partij ergens voor en als je dat ook vond kon je daarop stemmen. Tegenwoordig staan (vooral nieuwe) partijen nergens meer voor, maar kun je als kiezer bepalen waar de partij voor moet gaan.

Persoonlijk heb ik liever dat experts ergens naar kijken en dan kiezen wat het beste is in plaats van de onwetende massa ergens over te laten beslissen.

Comments Geen reacties »

Dit najaar zal een nieuw boek verschijnen waarin het verschijnsel “Superpromoter” uitvoerig wordt behandeld. Auteur is Rijn Vogelaar, Algemeen Directeur van Blauw Research. Omdat ik de eer heb gehad een van de “meelezers” te zijn, heb ik een goed idee van wat er in dit boek allemaal wordt besproken.

En ik kan zeggen, dit “dreigt” stilletjes een heel interessant boek te worden. Rijn combineert in zijn boek recente marketinginzichten van bekende schrijvers zoals Earls (Boek: “Herd”), Dijksterhuis (”Het slimme onbewuste”) Gladwell (”The tipping point”) en verbindt die met de inzichten over het eminente belang van “loyaliteits en aanbevelingsgedrag” zoals die door Reichheld ( “The one question you need to grow”) zijn verwoord. Ook wordt het door Philips en Synovate  uitgevoerde project “True Loyalty” en de daaruit volgende conclusies,
(o.a. over het effect van Word of Mouth) besproken.

Zonder erg diep in te gaan op de inhoud (Rijn werkt nog aan de definitieve versie) wil ik wijzen op een, volgens mij heel belangrijk uitgangspunt van het boek en dat is dat van het belang van “positief enthousiasme”.
Willen bedrijven in de toekomst kunnen groeien dan zal gewoon “aandacht voor de klant” en “klantentevredenheid” (buzzwords waar we ons allemaal wel aan bezondigen) onvoldoende blijken te zijn. 
Ze leggen namelijk teveel de nadruk op de wensen van een soort niet bestaande “gemiddelde klant”. 
Ook richten ze zich veel te veel op “problemen” zoals die vooral worden gesignaleerd door mensen met negatieve ervaringen en signaleren die problemen dus ook nog eens lang nadat ze ontstaan zijn.
Dit geheel volgens het principe van TL2, “too little, too late”.

Rijn draait het om en pleit juist voor meer aandacht voor de groep enthousiaste klanten, diegene die uitgesproken positief zijn.
Mede op basis van de theorie van Reichheld en de door hem geïntroduceerde 11-punts NPS aanbevelingsschaal) bespreekt Rijn de “promoters” (diegene die een 9 of 10 scoren) en de “detractors” (al diegene die 6 of lager scoren). De pro’s en con’s van dit concept word kritisch beschreven.
Gecombineerd met de eerder aangehaalde theorieën worden nu de begrippen Superpromoter en Antipromoter geïntroduceerd. De Superpromoter is enthousiast, deelt dit enthousiasme vrijelijk met iedereen die daar voor open staat en is qua persoon iemand die door zijn of haar omgeving als gewaardeerde informatiebron wordt beschouwd. Als zodanig beïnvloedt de Superpromoter zijn/haar omgeving sterk.
Zij bepalen mede het succes of de mislukking van nieuwe producten, reclamecampagnes en positioneringen.
De Antipromoter is in vele opzichten gelijk aan de Superpromoter, maar is door negatieve ervaringen met het product of het merk, de organisatie of de politieke partij waar zij/hij voor stond, teleurgesteld.
Het gevaar van de Antipromoter is evident.

Rijn beschrijft in zijn boek welke rollen de Superpromoter kan vervullen, zoals die van “co-creator” (zij/hij weet als geen ander wat zijn sociale omgeving en netwerken willen), als “reputatiebouwer/reputatiebreker”, als “marketeer” en vele andere rollen.

Het instrumentarium om de Superpromoter te kunnen traceren is grotendeels al ontwikkeld, maar zal nog verder moeten worden gevalideerd en bovendien zal elke organisatie zijn eigen Superpromoters moeten definiëren en valideren. In het boek wordt daartoe een kader geschetst.
Rijn claimt dus ook niet alles al volledig “dichtgetimmerd” te hebben.
De Superpromoter is een concept, een denkrichting, een uitdaging aan ons allen om er verder op voort te borduren.

Voorlopig lijkt het mij dat de Superpromoter vooral toepasbaar is in businesses waar je rechtstreeks en persoonlijk contact hebt met je klanten. Toepassing in de FMCG en Consumer Durables business lijkt mij lastiger, maar niet onmogelijk. Rijn geeft ook voorbeelden zoals het creëren van een “panels en communities van Superpromoters”.

Hoe de Superpromoter zich zal gaan ontwikkelen is natuurlijk nog niet te zeggen. Dat hangt mede af van de uiteindelijke inhoud van het boek en de wijze waarop organisaties bereid zijn met het concept aan de slag te gaan.

Het zou mij niets verbazen als er over dit boek veel discussies zullen losbarsten. Volgens mij is dat ook een van Rijn zijn doelen. Ik hoop stilletje op een stortvloed aan publicaties en verhitte debatten.
Sommige zullen misschien spreken over “de nieuwe kleren van de keizer”.
Anderen zullen zeggen dat de keizer eindelijk heeft begrepen dat de tijden veranderd zijn.
Dat massacommunicatie niet meer zinvol is als je mensen van iets wil overtuigen. Dat “social networks” vaak snellere, betere, gerichter en geloofwaardigere kanalen vormen om je boodschap door te laten “cascaderen”, (als dat ten minste een goed woord is).

Het concept is razend interessant, de toepassingsmogelijkheden groot.
Laten we nog even wachten op Rijn en er dan mee aan de slag gaan. Voorlopig ben ik razend enthousiast!

Ton Otker Loyaltypromoter.

Voor meer informatie over de effecten van loyaliteit en aanbevelingsgedrag op uw omzet verwijs ik naar mijn site: www.loyaltypromoter.nl

 

Tags: , , , , , , , ,

Comments Geen reacties »

TalkToChange en InSites consulting doen de grootste studie ooit over waarom en hoe mensen Twitter gebruiken. Op www.ultimatetwitterstudy.com vind je de live resultaten op de onderzoeksvragen die gepost worden op twitter. En je kan ook zelf deelnemen aan dit onderzoek!

Wat hebben we geleerd uit de eerste onderzoeksvraag die peilde naar wat Twitter gebruikers associëren met Twitter. (#TwitterStudy1)

‘What are you doing?”, de vraag die Twitter ons constant stelt is fout. Het zou moeten zijn ‘What do you want to share?”.

Als we de belangrijkste associaties uit onze Twitter community samenvatten, dan komen we op dit: “A social network of friends and/or business contact where you can share an discover interesting, exciting, inspiring or funny news/links in a very fast way’. Het gaat om kennis en up-to-date blijven en niet over status updates! Daarnaast is er ook wel wat verwarring over hoe twitter mag, kan of zou moeten gebruikt worden… Laat het wegnemen van deze verwarring in de volgende weken meteen het doel van dit project zijn.

De tweede vraag (#TwitterStudy2) uit deze kwalitatieve fase van het onderzoeksproject zorgde voor enkele frisse inzichten ivm de betekenis van Twitter in mensen hun leven.

De drijvende factoren achter het succes van Twitter zijn:
- het gemak waarmee een account kan opgezet worden
- de gebruiksvriendelijkheid van het platform zelf
- het wereldwijde bereik zonder grenzen
- het feit dat het een tool is waar mensen makkelijk hun mening kwijt kunnen
- de hoge snelheid waarmee alles gebeurt.

Twitter is zoals een gigantisch vat vol informatie en gedachten dat continu wordt gevuld. Het is een radar om up-to-date te blijven rond een specifieke topic, om te weten wat er NU aan het gebeuren is. Het wordt ook gezien als een soort collectief brein, een archief van onze gedachten of nieuws uit het verleden, zowel algemeen als over een specifiek topic.

Het lijkt alsof alle gebruikers begrijpen dat het zowel gaat om geven als nemen, om ontdekken en delen. Twitter is tegelijkertijd de nieuwe Digg and Delicio.us geworden. Sommigen noemen het zelfs een interactieve RSS feed, gevoed door een wereldwijde community met een brede range aan interesses.

Tweets
:

Twitter = my sappy little brain in 140 characters or less

Twitter: a giant, world-wide refrigerator that anyone can read, covered in 140-character magnet-notes about nearly anything

Gebruikers appreciëren het dat updates kort mogen (of zelfs moeten) zijn en dat gedachten, nieuws en informatie heel vlug gedeeld worden. Het lijkt erop dat Twitter de plaats van blogging heeft ingenomen wanneer het om amateur publishing gaat. Blogs zijn meer en meer het speelveld van professionele online journalisten, terwijl Twitter de echte ‘longtail’ is voor online content… Blogs evolueren naar het hoofd van de ‘tail’, ondersteund door traffic generation via de links die gedeeld worden op Twitter.

Gebruikers geven aan dat het Twitter-Platform ‘the place to be’ is als je alles wil te weten komen over het hier en het nu.

Twitter = headlines, Blogs = achtergrondinformatie!

Tweets:

A way of quickly tapping into new trends and relevant news, before the blogosphere starts publishing it

Twitter is my virtual water cooler: interaction with professional colleagues, helpful advice with links, news & gossip

‘Tweeps’ (zoals mensen op Twitter genoemd worden door de community zelf) delen hun tweets met mensen die ze kennen en die like-minded zijn. Niemand maakt zich eigenlijk zorgen over de ‘lurkers’. De openheid en transparantie van conversatie (ook via search) is waarom Twitter zo’n super tool is, zeggen ze.

Twitter is het ultieme ‘(personal) branding ‘ kanaal, zowel professioneel (wat weet je, welke klanten of congressen bezoek je, welke boeken ben je aan het lezen, …) als privé (naar welke feestjes ga je, welke muziek beluister je, welke leuke/grappige/intelligente meningen heb je).

Sommige trendwatchers vermelden Twitter als DE tool van, wat zij noemen, de ‘statussphere’. We mogen wel spreken over een STATUSsphere, maar hier refereert status meer naar een soort ‘showing-off’ eerder dan naar wat je precies aan het doen bent op een bepaald moment. Twitter is ons eigen en persoonlijk communicatiekanaal geworden.

‘Broadcast Yourself’ zou een ideale tagline voor de tool zijn, maar die is jammergenoeg al ingenomen, niet? J

Je kan alle verder resultaten van dit onderzoek volgen of gewoon ook zelf deelnemen op www.ultimatetwitterstudy.com. Er is een nieuwe vraag/tweet elke werkdag gedurende de komende 3 weken.

Tags: , , , ,

Comments Geen reacties »

In Clou van maart 2009 een geweldig interessant stuk “data want to be free”. Waarin Frank van Harmelen van de VU een kijkje in zijn keuken gunt met interessante links, waaronder deze over Cogito van Expert System op readwriteweb, en deze op wikipedia: Semantic Advertisement.

Wat mij vooral interesseert is hoe kennis uit data gewonnen wordt en dat dit op het semantische web revolutionair anders zal gaan dan in de huidige omgeving. Nu wordt er weinig data over data (metadata) opgeslagen en nauwelijks gebruikt bij het analyseren van gegevens. Dus de complexiteit zit in de dure datamining algorithmes achteraf of de samenhang tussen gegevens opnieuw af te leiden. In het semantisch web zit de complexiteit in het organiseren van een ‘ontologie‘ of context gedurende design time en is het verkrijgen van het juiste antwoord op een analyse vraag in runtime veel eenvoudiger.

Tenminste dat is het idee.

Tags: ,

Comments Geen reacties »

Ook in het eerste kwartaal 2009 staan er weer enkele mooie marketing intelligence events op het programma. De kalender voor de aankomende maanden ziet er als volgt uit. Mis je een event in deze lijst, laat het dan weten via een reactie of mail naar info@marketingintelligenceblog.nl

Januari 2009
20 - 22 Gartner Business Intelligence Summit - Den Haag
22         De waarde van een geintegreerd klantbeeld
27         Marketingtrends 2009 (PIM)
27         Customer Interaction Seminar

Februari 2009
11         CRM & Neuromarketing (CRM Association)
12         Het prijskaartje van slechte klantgegevens
17         No budget marketing (DeMeter)

Maart 2009
3           De praktijk van CRM (PIM)
12         Buy.ology seminar met Martin Lindstrom (MOA)
17         Oud & Jong DM (DeMeter)
19         Weet u meer van uw klant na de integratie?
26         CRM Innovation Event

Persoonlijk ben ik benieuwd naar CRM & Neuromarketing en de No Budget Marketing avond is op dit moment behoorlijk actueel denk ik.

Tags:

Comments Geen reacties »

Kunnen kinderen tegen reclame? Doorzien ze de doortrapte reclametrucs van nietsontziende fabrikanten en hun bureaus? Of zijn het willoze slachtoffertjes van elke uiting voor snoep, frisdrank, speelgoed en games die ze onder ogen krijgen?

Af en toe is er weer eens een oprisping in de Nederlandse of buitenlandse politiek waarbij gevraagd wordt om een algeheel verbod van reclame, gericht op kinderen. In sommige landen bestaat al zo’n verbod. Maar is dat eigenlijk wel nodig? Zijn kinderen tegenwoordig niet al heel jong oud en wijs genoeg om de verleidingen van de commercie te doorzien en te weerstaan? In het laatste nummer van het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap wordt verslag gedaan van een onderzoek waarbij de ‘reclamewijsheid’ van kinderen en volwassenen met elkaar is vergeleken. ‘Reclamewijsheid’ bestaat uit twee aspecten: 1. herkennen dat iets reclame is, en 2. begrijpen dat reclame bedoeld is om je ergens van te overtuigen en probeert om je iets te laten kopen.

De onderzoekers, Esther Roozendaal, Moniek Buijzen en Patti Valkenburg, wilden er achter komen op welke leeftijd kinderen een ‘volwassen’ niveau van reclameherkenning bereiken en hoe oud ze moeten zijn om net zoveel inzicht in de persuasieve en verkoopintentie van reclame te hebben als hun ouders. Uit hun onderzoek blijkt dat kinderen uit groep 7 (10-11 jaar) en 8 (11-12 jaar) reclame even goed herkennen als volwassenen (97% correcte antwoorden). Kinderen uit groep 5 (8-9 jaar) en 6 (9-10 jaar) herkennen reclame (significant) minder vaak. Overigens weten ook de kleintjes nog in meer dan 90% van de gevallen correct aan te geven of iets reclame is. Dat reclame probeert om je iets te verkopen begrijpen de meeste kinderen uit alle groepen van de basisschool al (77%-85%), maar ze scoren wel lager dan de ondervraagde volwassenen (99%). Een grote groep kinderen doorziet niet dat reclame probeert je ergens van te overtuigen. Vooral bij de kinderen uit groep 5, 6, en 7 schiet dat inzicht tekort. Kinderen uit groep 8 begrijpen dit doel van reclame iets beter, maar nog altijd significant minder dan volwassenen.

De auteurs concluderen: “Op basis van onze bevinding dat kinderen van 12 jaar en jonger nog steeds geen volwassen niveau van cognitieve reclamevaardigheden bereikt hebben, zou men kunnen zeggen dat reclame gericht op jonge kinderen fundamenteel oneerlijk is.”

Dat lijkt me een beetje kort door de bocht. Kinderen zijn uitstekend in staat om reclame te herkennen en weten bijna allemaal dat reclame bedoeld is om ze iets te verkopen. De schrijvers zelf wijzen er op dat het ontbreken van cognitieve vaardigheden nog niet wil zeggen dat kinderen ook gevoeliger zijn voor reclame-effecten. En ik mag hopen dat kinderen op de basisschool door hun ouders geholpen worden om hun zakgeld niet achter elk reclamefilmpje aan te gooien. Wat dat aan gaat zou de politiek zich meer zorgen moeten maken over die 3% van de volwassenen die kennelijk nog niet in staat zijn om reclame te herkennen.

John Faasse

Tags: ,

Comments Geen reacties »

Op woensdag 26 november vond het event Marketing3 plaats. En dat opende met een pittige discussie tussen Andrew Keen, auteur van het boek ‘The Cult of the Amateur’ en Sander Dullaart van Favela Fabric. Centraal stond de vraag of je je als bedrijf nu moet laten leiden door je klanten of dat de marketingexperts de productbeslissingen moeten nemen.

De tegenstelling kon niet groter zijn; niet alleen de standpunten van de twee heren lag mijlen ver uiteen, zelfs de kleding gaf de tweedeling aan: Dullaart in een wit overhemd, Keen geheel in het zwart.

Sander Dullaart vroeg zich af: Wie is nou de amateur? Als je productmanager van een basgitarenmerk bent, wie wil je dan betrekken bij de ontwikkeling van een nieuw model? Die 5 experts die er zijn zonder gebruikerservaring of die 50.000 enthousiaste basgitaarspelers, die je gratis tips en advies geven? Zijn de mensen die een product elke dag uitvoerig gebruiken echt de amateur? En zijn de mensen die het product nooit zelf gebruiken nou echt de experts te noemen? Zijn advies: Laat je leiden door je klanten.

“Enough! Enough is enough!” Met deze woorden valt Keen Dullaart in de rede en beweert iets heel anders: klanten weten helemaal niets! Is het werkelijk zo dat klanten alles weten? En dat de experts, die jarenlang gestudeerd hebben en heel goed weten hoe ze methodes moeten toevoegen, niets weten? Het is een fundamentele illusie en fout volgens Keen om te buigen voor je klant en je te laten leiden door je klant. De klant weet niets en moet geleid worden. Als marketingexpert moet je blijven adverteren, want dat is een fundament van marketing. Marketeers weten bovendien hoe iets waarde krijgt.

Marketeers moeten arrogant zijn en niet bescheiden, vervolgt Keen zijn betoog. Zij moeten de klant opvoeden, want de klant weet niets van branding en producten. Als je toegeeft als marketingprofessional aan de ideeën van Dullaart, gaat het vakgebied eraan, beweert Keen stellig. Co-creation is een illusie en een ‘kiss of death’ voor het marketingvakgebied.

Die ochtend zijn hun standpunten waarschijnlijk nog verder uit elkaar komen te liggen. In ieder geval zijn de twee mannen niet dichter bij elkaar gekomen. Natuurlijk had het niet zo’n interessante discussie opgeleverd, maar de ideale aanpak lijkt mij toch vrij eenvoudig: natuurlijk zijn er ervaren marketing-, branding- en productexperts nodig, maar die doen er goed aan om naar hun klanten te luisteren (maar ze niet klakkeloos te volgen).Quote sluiten

Klik HIER voor een uitgebreider verslag.

Tags:

Comments 2 Reacties »

De laatste workshop van de dag was voor Rijn Vogelaar & Jorrit Lang over de voors (Rijn) en tegens (Jorrit) van de Net Promoter Score. De workshop had een erg leuke opzet in de vorm van een soort battle en is wat mij betreft terecht gekozen tot beste workshop van de dag.

Voor NPS

Rijn mocht beginnen met zijn pro-NPS betoog en startte met een korte uitleg. De Net Promoter Score is bedacht door Fred Reichheld en is gebaseerd op de waarschijnlijkheid tot aanbevelen. Deze vraag wordt gemeten op een 11-punts schaal. De NPS wordt berekent door de Promoters (9-10) van de Detractors (0-6) af te trekken.

Waarom is de NPS zo populair geworden? Allereerst vanwege de relatie met omzetgroei. Daarnaast is het een maat voor enthousiasme en geloofwaardig. Promoters kopen meer, bevelen aan en geven feedback.

Het gebruik van de NPS is aan een aantal ‘regels’ gebonden:

  • Stel alleen de NPS vraag (dus geen ellelange klanttevredenheidsvragenlijsten meer)
  • Publiceer NPS naast financiele cijfers
  • Geef een regionale benchmark (de mate waarin mensen producten aanbevelen is sterk regioafhankelijk)
  • Zorg dat eerlijkheid (dus geen beloning voor hoge NPS)

Wat maakt de NPS zo geweldig?

  • Het einde van lange vragenlijsten
  • Het einde van complexe indices
  • Het einde van ondoorgrondelijke rapportages
  • Het is een simpel instrument
  • De NPS is wereldwijd geaccepteerd
  • CEO’s zijn er weg van!

Tegen NPS

Op dit moment loopt iedereen natuurlijk weg met de NPS. Aan Jorrti Lang de taak om ons op andere gedachten te brengen. Hij ging daarmee van start door enkele wetenschappelijke onderzoeken aan te halen.

De belangrijkste criticaster van de NPS is Timothy Keiningham. Hij heeft onderzocht of de NPS inderdaad de beste voorspeller van omzetgroei is. Hij vond hiervoor geen bewijs, sterker nog, multivariate modellen scoorde beter dan de NPS.

Ook Jorrits collega Maarten Terpstra heeft in 2004 op basis van 8000 respondenten onderzocht of de mate van aanbeveling een goede voorspeller van groei was. Ook hij vond hiervoor geen bewijs.

Als laatste heeft Jorrit zelf in 2007 ook nog eens hiernaar gekeken. Hij heeft een correlatiematrix gemaakt op basis van een aantal loyaliteitsvragen (waaronder de NPS vraag). De klanttevredenheidsvraag leverde negatieve correlaties op, zoals je ook zou verwachten. De NPS vraag leverde echter positieve correlaties op. Het lijkt er dan ook op de NPS meer persoons- dan productsafhankelijk is. Mensen die jouw product aanbevelen, bevelen ook andere producten makkelijk aan.

Onderzoekers zijn toch altijd gevoelig voor bewijs en dus wees de applausmeter Jorrit als winnaar aan. Na afloop van het MIE hebben we nog gezellig geborreld en gegeten in het cafe van Blauw.

Tags: ,

Comments Geen reacties »

De BI industrie is al jaren druk bezig met het bouwen van BI oplossingen op klantsytemen. Hiertoe lezen we data uit systemen die intern gebruikt worden, soms gecombineerd met data die uit externe bronnen komt (b.v. CBS of brancheorganisaties) om benchmarking te faciliteren.

Met de toenemende belangstelling voor het integreren van externe informatie in de besluitvorming, bemoeien ook andere aanbieders zich meer met het BI vakgebied. Deze partijen houden zich bijvoorbeeld bezig met het bekijken van externe bronnen zoals kranten en vakbladen die in de gehele wereld worden gepubliceerd, zorgen ervoor dat dit online beschikbaar is en leveren het in abonnementsvorm aan. Dit wordt ook gecombineerd met slimme zoekfuncties, bijvoorbeeld door middel van profielen, waarmee je bijvoorbeeld op de hoogte kunt blijven van de wereldwijde ontwikkelingen op het vlak van olie, melkpoeder, gezondheidszorg, etc. Partijen die zich hiermee bezig houden zijn LexisNexis en Astragy.

Een andere interessante ontwikkeling is ook het verhogen van de snelheid waarmee informatie beschikbaar is. Kranten ervaren het steeds als groter nadeel dat ze het nieuws te laat kunnen aanbieden. Als voorbeeld de presidentsverkiezing in Amerika, de resultaten zijn al meer dan 24 uur bekend voordat de ochtendkranten het kunnen brengen, en dan is het dus al geen nieuws meer. FD biedt hierin een interessante propositie: abonneer je op de content die ook in de papieren krant verschijnt, en je hebt het nieuws beschikbaar zodra het verschijnt, eventueel geintegreerd in het intranet.

Als laatste ontwikkeling geloof ik dat er veel interesse zal komen in het gebruik van API’s om data van externe bronnen te onsluiten. Webplatformen die veel content bevatten (bijvoorbeeld LinkedIn, Twitter) kunnen via API’s (Application Programming Interface) constructies hun data beschikbaar stellen aan abonnees. Als voorbeeld van Twitter zou je kunnen denken aan de snelheid waarmee bepaalde ontwikkelingen als nieuws de wereld rondgaan. Voor bepaalde organisaties kan deze informatie interessant zijn, om bijvoorbeeld trends te ontdekken (waar praat met over op Twitter) of om als eerste deze nieuwsberichten op te pakken.

Volop ontwikkeling dus. Wat zitten we toch in een interessant vakgebied !

Comments 1 Reactie »

Blauw Research zal drie presentaties verzorgen op de MIE. Op verzoek van Bram van Essen, hier alvast wat meer informatie over de presentaties. Alle presentaties zijn op dinsdag 4 november.

Om 13.30 zal Milena Grul van KPN samen met Sandra Bosma (Blauw) laten zien dat klanten trouwer zijn aan een merk wanneer de Brand Personality overeenkomt met de persoonlijkheid van deze klanten.

Om 15.00 uur zullen Ap Dijksterhuis (schrijver van de non-fictie beststeller “Het Slimme Onbewuste”) en Thao Nguyen (Blauw) de implicaties van het Slimme Onbewuste op marktonderzoek bespreken en de resultaten van een gezamenlijk onderzoek tonen.

Om 16.15 uur zullen Jorrit Lang (ING) en ikzelf (Rijn Vogelaar, Blauw) de bokshandschoenen aantrekken om voor eens en voor altijd uit te maken of de Net Promoter Score (NPS) van Reichheld nu de beste maat is voor de relatie met klanten en daarmee een zege is voor marktonderzoek of dat het allemaal maar gebakken lucht is.

M.I.B. bloggers en andere geinteresseerden zijn natuurlijk van harte welkom.

Comments Geen reacties »