Archief voor categorie “Marketresearch”


In deze roerige tijden ben ik wat alerter op financieel nieuws en dus wat vaker op onder andere dft.nl te vinden. Vandaag werd ik verrast door het bericht dat Van den Ende & Deitmers een belang van 30% hebben genomen in Metrixlab.

Metrixlab, in 2008 nog door de MOA uitgeroepen tot marktonderzoekbureau van het jaar, wil het geld gaan gebruiken voor gerichte overnames in het buitenland om in 2011 tot de top 25 onderzoeksbureau’s ter wereld te behoren.

Han de Groot, CEO of Metrixlab (uit het persbericht):
“As an online market research agency we have the ambition to belong to the ESOMAR global Top-25 market research agencies and the global Top-5 online market research agencies by 2011. In 2007 two ‘new generation’ online agencies have already entered the ESOMAR Global Top-25 ranking.

This proves that the internet is currently revolutionizing market research. Specialized online agencies like us, with a clear focus, proprietary products and global panels have been able to compete with traditional market research multionationals like TNS, GfK, IPSOS, Millward Brown and Research International. To use this market momentum, we have moved into this co-operation with Van Ende & Deitmers. They will enable us to accelerate our growth, organically and via selective acquisitions.”

Tags: ,

Comments Geen reacties »

In de Scandinavische landen zijn departementen aanzienlijk kleiner dan in Nederland en ze presteren net zo goed. Nederland doet het verkeerd dus. Volgens de kranten is de oplossing dat Den Haag meer decentraliseert; meer onderzoekers op gemeentelijk niveau dus.’ Mijn ervaring is dat dit neer zal komen op meer uitbesteden. Wie de artikelen goed leest weet dat afgelopen jaren zowel het aantal ambtenaren is gegroeid met zo’n 15.000 en dat er 600.000 euro meer was uitbesteed terwijl het voornemen was op beide te bezuinigen.

Men spreekt in de politiek wel vaker van decentraliseren. Maar voor hiervoor zijn twee stappen nodig: ten eerste het uitbesteden van werkzaamheden en ten tweede de werkzaamheden laten uitvoeren. In de praktijk betekent dit meestal dat stap 1 wordt uitgevoerd maar dat van stap 2 weinig terecht komt. Men geeft opdracht aan afdelingshoofden om hun medewerkers voor te bereiden op hun vertrek en verstrekt hen kleinere budgetten. Dit wordt meestal gevolgd door nota’s en plannenschrijverij. Na een paar jaar moet echter worden geconstateerd dat er wordt minder geld uitgegeven aan personeel, maar geen oplossing is gevonden voor het werk dat moet worden gedaan.

Onderzoeksbureau’s zullen bovenstaande ontwikkelingen met gemengde gevoelens volgen. Zullen de departementen hun onderzoekers ontslaan en onderzoek uitbesteden of zal er minder aan onderzoek worden gedaan? Wat verdwijnt aan onderzoek uit Den Haag en welke opdrachten komen er op gemeentelijk niveau voor terug?

Wie de praktijk kent, weet dat niet alle taken van een interne onderzoeker kunnen worden overgenomen door een extern bureau. Interne onderzoekers zijn immers onmisbare contactpersonen voor de onderzoeksbureaus. Zij zijn het die die de onderzoeksvragen helpen formuleren en vormen de schakel tussen de wereld van de politieke belangen en de wereld van het onderzoek. Zij zijn opdrachtgever maar vaak ook uitvoerend medewerker van de opdrachtgever. Als een onderzoek op de rit staat, zijn er vele uren werk aan besteed. Al dit werk moet worden gedaan door de organisatie zelf. ( Al zullen de zeer grote bureau’s graag aanbieden om ook deze taken te verzorgen).

Het wegbezuinigen van interne onderzoekers brengt ook de kwaliteit van het onderzoek in gevaar. Als de onderzoeksvraag verband houdt met de politiek kan het alleen gedaan worden als er mensen zijn die de politieke betekenis meenemen in het traject. Men staat voor de opgave om politiek correct, wetenschappelijk verantwoord én betaalbaar onderzoek te laten plaatsvinden. Doe dat maar eens zonder de onderzoeker van het departement of de gemeente.

Ik denk dat de positie van onderzoekers bij veel overheden, met name bij decentrale overheden, erg zwak is. Een van de oorzaken hiervan is dat niet voldoende duidelijk is wat onderzoekers precies doen. Ook lijkt er erg weinig belangstelling vanuit de politiek voor het werk van de onderzoekers te zijn. Men kijkt naar de output en naar de kosten, maar vraagt zich niet af welk werk moet worden verzet om een rapportage tot stand te brengen. Onderzoekers op hun beurt maken hun interne klanten onvoldoende duidelijk wat hun werk inhoudt. Veel onderzoekers zouden ook niet weten hoe ze zich binnen de overheid beter zouden moeten verkopen. Politiek en onderzoek zijn gescheiden werelden die elkaar soms nodig hebben maar die niet veel samenwerken. Van een goede relatie is meestal geen sprake.

Ik heb twee suggesties voor de onderzoekers in overheidsdienst:

  • Neem als onderzoeker zelf de handschoen op. Stap naar je klanten en nodig ze uit voor een informeel gesprek. Weten je opdrachtgevers wat je doet? Weten ze welk werk je ze uit handen neemt en welke kennis daarvoor nodig is? Weten ze wat volledig uitbesteden betekent? Weten ze bijvoorbeeld dat de kosten dan verhoogd worden met 3 keer jouw salaris en weten ze wie de persoon is achter de rapportages die worden opgeleverd? Zorg dat je wat meer begrip krijgt voor elkaar op het gebied van onderzoek.
  • Vergeet niet om je ervaringen te delen met collega-onderzoekers en te informeren hoe anderen werken aan de relatie tussen politiek en onderzoek.

Het is natuurlijk nooit anders geweest, maar juist in déze tijd moet je als onderzoeker denken aan je eigen marketing. Het is in het belang van jezelf, van de organisatie waar je voor werkt en van de onderzoekfaciliterende bedrijven.

Alex Feijt

Tags:

Comments Geen reacties »

De afgelopen zomer heb ik met volle teugen kunnen genieten van alle topsport die op televisie voorbij trok. Eerst het EK Voetbal, vervolgens tennis op Wimbledon en Roland Garros (of is het nu andersom), daarna het wielrennen in de Tour de France (vergeven van de doping maar het blijft een mooi gezicht om die mannen bergop te zien rijden) en ten slotte de Olympische spelen. Vooral als er wereldrecords worden gebroken, hebben ze mij geboeid te pakken.

Een hoogtepunt bij al deze sport afleveringen is het commentaar van de sport verslaggever en dan vooral de opsomming van de ontberingen en het ‘afzien’ die de sporters hebben moeten leveren, om hun topprestatie te leveren. Slecht nieuws verkoopt nu eenmaal goed en dus worden we als toeschouwer overspoeld met informatie over eenzame afzondering van sporters in een tentje die een hoogte stage nabootst (dat schijnt goed voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes te zijn), de medische gegevens van sporters die ‘van glas’ zouden zijn en om de haverklap blessures hebben opgelopen of de dagindeling van het eenzame hotel leven van rondtrekkende sporters die zich van toernooi naar toernooi gesleept hebben. En het summum is natuurlijk de zwemmer die vier jaar werkelijk alles opzij zet (zelfs zijn eigen verjaardagfeestjes sloeg hij over!) om maar liefst 8 keer te schitteren op het hoogste podium. De glans van het goud schijnt voor de toeschouwer des te meer door de kennis over alle ‘pijn’ die geleden is.

Ik moest hier waar aandenken toen ik de column van John Faasse las over het gebrek aan transparantie van de online panel onderzoeken. Als een volleerde Jack van Gelder klaagde John over de onderzoekbureaus die met hun panels ruim een jaar na NOPVO nog steeds geen inzage willen geven in hun respondenten. Als betrof het EPO zouden alle goede aanbevelingen uit het NOPVO onderzoek door de vermaledijde bureaus in de kieperton zijn gegooid. En als een echte sportbond bestuurder werd er kritiek geuit al zouden de pupillen (lees de bureaus) de wijze raad van de ervaren sport-bobo niet opvolgen.

Helaas, de werkelijkheid zit iets gecompliceerder in elkaar. De MOA en de aangesloten bureaus hebben het NOPVO onderzoek mogelijk gemaakt. De resultaten zijn aanleiding voor het opstarten van een clearing-house waar de verschillende panels hun respondenten kunnen laten screenen op overlap en werkelijke deelname frequentie. Internationaal wordt gewerkt aan ISO-certifisering voor panels waar gebruikers de kwaliteit aan kunne toetsen. Alles tegen de achtergrond om gebruikers meer inzicht te geven in de opbouw van de panels en het profiel van de panelleden. Maar op een zorgvuldige en (juridisch) juiste wijze. En dat kost tijd. Tijd voor onderlinge afstemming en het opstellen van protocollen. En net als sporters vindt het trainen meestal in stilte plaats en in alle concentratie. Om na al het trainen een topprestatie neer te kunnen zetten.

Het is denk ik fair om de bureaus te teasen om nu daadwerkelijk actie te gaan ondernemen en de markt van betrouwbare panelinformatie te voorzien. En het is ook fair om dat met alle zorgvuldigheid te doen. In de planning ligt dat medio 2009 het Clearing house een feit zal zijn, medio 2010 zal er dan ook een ISO-certifisering zijn voor de panels. Dat zal een topprestatie zijn voor de branche en een impuls voor de kwaliteitsbeleving! Tot die tijd moeten we nog even geduld hebben. Maar ja, het volgende EK en de volgende Olympische Spelen zij ook pas in 2012.

Pieter Paul Verheggen

Pieter Paul Verheggen is voorzitter van de MOA en schrijft deze colomn op persoonlijke titel.

Tags: ,

Comments Geen reacties »

Als je ‘vroeger’ (sorry, ik word oud) wilde weten welke Amerikaanse presidentskandidaat onder de Nederlanders van 18 jaar en ouder favoriet was, dan begon je met het trekken van een ‘a-selecte’ steekproef, bijvoorbeeld met behulp van het adressenregister of het telefoonnummerbestand van de PTT. Zo heette de voorganger van TNT-Post en KPN (ik bén oud!) Het goede aan die methode was dat in principe iedereen gevraagd kon worden om mee te doen aan onderzoek.

Tegenwoordig wordt veel onderzoek gedaan met behulp van ‘online access panels’. In zo’n panel zitten mensen die zich in een onbewaakt ogenblik hebben laten ontvallen dat ze het wel leuk vonden om af en toe eens een vragenlijst in te vullen. Dat is handig voor het onderzoeksbureau, want die hoeven dan niet meer stad en land af te bellen om iemand te vinden die wil vertellen of hij liever Obama of McCain als president ziet. Je stuurt gewoon een mailtje met een vragenlijst rond naar je panelleden en kunt achter je bureau wachten tot de antwoorden binnenkomen. Elk onderzoeksbureau in Nederland heeft zijn eigen panel. Er zijn ook bureaus die alleen maar een panel hebben en geen onderzoeksbureau zijn. Zij verkopen hun respondenten aan onderzoeksbureaus en iedereen die de behoefte heeft om eens aan 500 Nederlanders een vraag te stellen.

Je kunt je voorstellen dat niet iedereen in zo’n panel even enthousiast meedoet aan al het onderzoek dat er in zijn of haar ‘Inbox’ bezorgd wordt. En ook dat de beweegredenen om aan onderzoek mee te doen verschillen. Sommige mensen zijn echt enthousiast, anderen hebben misschien niets beters te doen en er zijn er vast ook die het doen voor het geld of de ‘spaarpunten’ die het onderzoeksbureau aanbiedt.

Twee jaar geleden heeft de vereniging van marktonderzoekbureaus (MOA) onderzoek gedaan naar al die ‘online access panels’. Met de uitkomsten is helaas weinig gebeurd. Ik heb daar laatst ook over geschreven de column voor de MOA-website. Uit dat ‘NOPVO’onderzoek bleek dat er een groep ‘professionele’ respondenten bestaat die lid is van verschillende onderzoekspanels.

Dat is om twee redenen vervelend. Onderzoeksbureaus proberen over het algemeen te vermijden dat iemand vaker wordt ondervraagd over hetzelfde onderwerp. Dat voorkomt dat iemand heeft ‘geleerd’ van het vorige onderzoek. Maar als zo’n panellid ook in het onderzoekspanel van de concurrent zit valt er op dit vlak weinig meer te sturen. Het tweede probleem is de representativiteit van het onderzoek. Als u niet in een onderzoekspanel zit wordt u niet meer om uw mening gevraagd. Maar nu blijkt ook nog eens dat steeds opnieuw dezelfde kleine groep panelleden namens u in al die panels de mening van ‘de Nederlander’ vertolkt.

In het reclamevakblad Adformatie van 21 augustus 2008 stond dat de MOA nu een Panel Instituut gaat oprichten. Dat instituut moet de overlap tussen de panels van de verschillende onderzoeksbureaus in kaart brengen, en ook de ‘paneldruk’. Goed initiatief, maarre … gaat de MOA straks de onderzoeksbureaus vertellen wie er nog wel en wie er niet meer mag worden uitgenodigd voor een opiniepeiling over Obama versus McCain???
Quote sluiten

John Faasse

Tags:

Comments Geen reacties »

Afgelopen week bij het 2-daagse congres Consumententrends kwam het in verschillende presentaties weer naar voren: de vergrijzing zet door en 50-plussers zijn de doelgroep waar marketing zich op moet richten. Zij vormen (zeker over een aantal jaren) de grootste groep en hebben het geld. Van echte vergrijzing is overigens nog maar nauwelijks sprake. De marketing van haarkleurmiddelen heeft goed gewerkt. Maar dat terzijde…

Veel marketeers, die vaak zelf de 35 nog niet voorbij zijn, willen er nog niet aan. De jonge Hyvesende, gamende en MSN-ende generatie is veel spannender. Daar kan je tenminste mooi bedachte multimediale virals, mobile marketing, Advergaming en communitymarketing op loslaten.

Maar op hetzelfde evenement rees ook de vraag: is er nou echt een verschil tussen de oudere tv-generatie en de jongere game-generatie? Zijn de 50-plussers niet eigenlijk de enige echte game-generatie? Of doet leeftijd er helemaal niet toe, maar zijn het de interesses en innerlijke motieven van mensen die ze tot multimediale gamer of totale laggard maakt?

Wat doe je als je doelgroep zo divers is als de 50-plussers? Veel marktonderzoekers blijven hangen in segmentaties waarin de 50-plussers van nu zich niet kunnen vinden. Op de vraag aan mijn ouders (beiden de 50 al even gepasseerd) of zij een behoudende zorgzame oudere of een oudere afwachtende waren of misschien een andere typering uit het rijtje, keken ze me enigszins vernietigend aan. Oeps… Zo willen ‘ze’ dus niet aangesproken worden. Heel voorstelbaar eigenlijk ook, ik moet er niet aan denken dat ik over een kleine twintig jaar zo’n stempel opgedrukt krijg.

50-plussers: moeten we ze nu eindelijk niet eens gaan rekenen tot de ‘gewone’ mens met (eventueel) een ‘gewone-mensen-segmentatie’? Hoe leren we de 50-plusser echt kennen? Ook daar ligt mijn inziens een schone taak voor de marktonderzoeker

Karianne Vermaas

Tags: ,

Comments 1 Reactie »

Er zijn vele situaties te noemen waar het vergaren van Voice of Customer (VOC) belangrijk is. Of je nu de positie van een huidig product valideert, een nieuw product wilt introduceren, of bevestiging zoekt tijdens het bepalen van de korte- en middellange termijn strategie. Er is geen betere bron voor informatie dan de klant zelf. Hoe je VOC precies verzamelt is afhankelijk van een aantal factoren, maar de meest gebruikte methodes zijn survey’s, conjoint analysis, interviews, tradeshows en focus groups. De kosten van deze methodes variëren nogal en de resultaten en bruikbaarheid van de informatie ook. Maar wat als je nu geen budget of geen tijd hebt?

Dit zijn situaties waar Actions of Customers (AOC) soms uitkomst kan bieden. Bij het verzamelen van AOC gaat het erom om het gedrag van de klant te bestuderen. Door het gedrag van de klant te bestuderen verkrijgt men inzicht in zijn koopgedrag, koopkracht, bedrijfstrategie en de normen en waarden van het bedrijf.

Ik zal proberen een voorbeeld te geven. Het bedrijf waar ik voor werk is actief in de milieutechniek en zodoende zijn wij voornamelijk van een regelgeving en/of wetgeving die klanten ertoe dwingt om te investeren afhankelijk. Bij het ontbreken van deze sterke drijfveer, komt het vaak aan op de bedrijfscultuur of een klant dan wel of niet gaat investeren. Met andere woorden, wil de klant een goed “corporate citizen” zijn? In sommige gevallen investeert een klant om een beslissingsprocess te versnellen of indirect te beïnvloeden en deze situatie ligt wat gecompliceerder. Maar goed, hoe kom ik er nu bijvoorbeeld achter welke [potentiële] klanten in de categorie “good corporate citizen” vallen?

De beste plaats om te beginnen is op de klant zijn website. De meeste bedrijven hebben wel een soort van slogan of missie statement op hun website. Van de bedrijven die op de beurs verhandelt worden kun je meestal het jaarverslag downloaden. Dit bevat allerlei informatie over de cultuur van het bedrijf, de financiële situatie, het budget voor het komende jaar, etc. Na het uitpluizen van de website ga ik vervolgens ga ik op zoek naar nieuwsberichten. Zijn er acquisities, stoot men bepaalde delen af of ligt de focus op kostenbesparing? Wordt er geinvesteerd in productiecapaciteit? Zijn er recentelijk grote orders binnengekomen of geplaatst? Is er sprake van sterke groei? Is het bedrijf betrokken bij een rechtszaak of litigatie proces? Verder probeer ik macro-economische informatie te verzamelen over de industriën, landen en segmenten waar de klant aktief is. In een vrij korte periode kan zo een schat aan informatie verzameld worden.

Hoe je nu met deze informatie omgaat is nogal persoonlijk. Ik ben zelf nogal visueel ingesteld en dus probeer ik door middel van een aantal korte omschrijvingen op een whiteboard de belangrijkste zaken vast te leggen. Eerst maak ik een aantal categorieën zoals economie, financiën, cultuur, wetgeving, productiecapacitieit, locaties, personeel, enz. Dan plaats ik al de verzamelde informatie onder de juiste categorie. Het eindproduct is een profiel van het bedrijf wat met een beetje geluk inzicht geeft in het koopgedrag, de koopkracht en cultuur van het bedrijf.

Nu moet ik er direct bijzeggen dat mijn ervaringen beperkt zijn tot B2B marketing en dan ook nog in een segment waar het voornamelijk over investeringen van meer dan $1 miljoen gaat. Onze klanten zijn grote ondernemingen zoals bijvoorbeeld Enel, Electrabel, E.On, Vattenfall, EdF of Essent. Het lijkt me dus interessant om te zien of deze methode ook toe te passen is in B2C marketing en of andere bloggers hier ervaring mee hebben?

Tags: ,

Comments 2 Reacties »

Een tijdje geleden schreef ik hier over 4Q, een gratis online survey tool waarin 4 vragen aan de website bezoeker kunnen worden gesteld. Een leuke en handige tool, maar met wel wat beperkingen. Natuurlijk zijn er op internet onnoemelijk veel online survey tools te vinden (tik maar eens ‘online survey tool’ in Google in). Via Jethro Wallenburg’s Web Analytics Facts werd ik gewezen op deze post van Rich Page, waarin 9 online tools worden vergeleken. Hieronder de lijst:

1: QuestionPro
Price: Monthly - $15 for basic, $199 for advanced, $2999 for enterprise.
Functionality: Meets most survey needs, with varying levels of service.
Great for: Creating more advanced surveys, including use of custom variables to collect other user details.
Lacking: User interface could be better, basic level could be more competitive.
Rating: 7/10

2: 4Q
Price: FREE
Functionality: Limited to a predefined set up questions (by design), good for getting a website ’pulse’.
Great for: Getting some great quick visitor insight, with insightful questions.
Lacking: The ability to change the preset questions, and lack customization.
Rating: 7/10

3: Survey Monkey
Price: FREE for basic, for Pro it is $19.95 a month or $200 a year.
Functionality: Great for inexperienced surveyers who are looking to get their surveying feet wet.
Great for: Setting up quick, simple surveys, with simple personalization options.
Lacking: Analysis is very limited, and doesn’t offer many advanced features like popup surveying.
Rating: 6.5/10

4: Omniture Survey
Price: Cost per response generated, and setup fee (call for more details)
Functionality: A more serious, full scale surveying solution, and links well with Site Catalyst traffic data.
Great for: Integrating surveys results into regular website analysis. Great pricing model - you are charged for what results you get.
Lacking: A cheaper option for more simple surveying needs, with limited functionality.
Rating: 7.5/10

5: Opinion Lab
Price: Dependent on amount of sites - $30,000 for first site per year, less for additional sites.
Functionality: Advanced page-based surveying tool - allows you to collect results for each website page.
Great for: Gathering more detailed feedback on each of your website pages, and great analysis options.
Lacking: A cheaper, lower end solution for smaller sites.
Rating: 8.5/10

6: Kampyle
Price: FREE
Functionality: Provides a way to easily gather feedback on your pages.
Great for: Collecting and analyzing feedback on your site, with a fantastic, easy to use interface.
Lacking: An easy way to customize questions asked - needs more surveying type, open-ended questions.
Rating: 8.5/10

7: ForeSee
Price: Customized pricing plans, depending on surveying needs.
Functionality: Best in class surveying solution, even allows you to compare results to competitors.
Great for: Getting the highest level of insight possible.
Lacking: Any options for the smaller scale surveying needs.
Rating: 9/10

8: Survey Gizmo
Price: Basic Level: FREE. Personal: $19 per month. Pro: $49 per month. Enterprise: $159 per month
Functionality: Meets the needs of most survey types, from beginner to advanced survey creators.
Great for: All types of surveys, and includes custom variables to collect other user details.
Lacking: Experience? Relatively new company.
Rating: 9/10

9: SurveyMethods
Price:
Basic: FREE. Advanced: $9 per month. Professional: $39 per month.
Functionality: Basic, site surveying tool, similar to SurveyMonkey.
Great for: Setting up simple, quick surveys, for cheap.
Lacking: Advanced options, and lacks good customization options and question options.
Rating: 6/10

Natuurlijk zijn er nog tal van andere goede (gratis) tools beschikbaar. Graag hoor ik jullie ervaringen met online survey tools.

Comments 2 Reacties »

In een eerdere column (Google Research) schrijft Jordan Strik dat “in management presentaties van nu het helemaal ‘in’ [is] om het aantal google-hits te tonen”. Om in het jargon van nu te blijven, dat is wel erg 1.0. De website Google Battle waar je twee termen kan vergelijken, bestaat al sinds 2004. Ik versla Jordan Strik er met 153 – 45, maar mijn JS Online Presence Index (JS-OPI) van 153 is niet om over naar huis te schrijven. Google-hits gaan namelijk meestal in miljoenen.

Een paar 2.0 voorbeelden van quick & dirty onderzoek, die net als de term 2.0 al een tijdje bestaan, maar het waarschijnlijk goed doen in management presentaties:

Via Amazon Mechanical Turk kun je vervelende, monotome klusjes laten doen die te moeilijk zijn voor een computer. Bijvoorbeeld informatie uit plaatjes coderen. Amazon noemt deze klussen HITs (Human Intelligence Tasks). Kost (letterlijk) een paar centen, want de prijs per HIT bepaal je zelf. Deze enorme mentale menskracht wordt op een creatieve manier gebruikt door bijvoorbeeld kunstenaars en wetenschappers. Voor $41.50 al je veldwerk?
Dolores labs heeft een weblog met goede voorbeelden en data; welke naam geven we welke kleur of hoe relevant zijn zoekresultaten? Voor deze techniek kan je wel als kritiek aanvoeren dat je geen controle over de respondenten hebt. Waarschijnlijk domineren Engelssprekende Indiërs je resultaten.

Google AdWords is ook als scherprechter te gebruiken. Ian Ayres had een populair wetenschappelijk boek over data mining en number crunching geschreven. Nu lag hij in de clinch met zijn uitgever over de titel. Ayres wilde het “The End of Intuition” noemen, zijn uitgever “Super Crunchers”. Als oplossing starten ze een Google Adwords campagne en keken ze op welke titel het meest geklikt werd. De winnaar “Super Crunchers” had 63% van de clicks. Deze methode is niet helemaal gratis, maar je kan de kosten per klik op 1 cent instellen.

Google Trends en Google Insight zijn Google battles maar dan met een extra dimensie als tijd of geografie. Een (minder goed) alternatief voor Google Trends is bijvoorbeeld Alexa gebruiken. Met Blogpulse, trends in blogs, kan je bijvoorbeeld de buzz rond nieuwe films in kaart brengen. Enige kritische massa aan zoekvolume of buzz is wel vereist.

Wanneer je toegang hebt tot een digitaal krantenarchief, dan kan je daar met de zoekfunctie ook onderzoek in verrichten. Een mooi voorbeeld vind ik de R-word index van The Economist. Hoe vaak de New York Times en de Washington Post het woord “recession” noemen lijkt redelijk in de pas te lopen met officiële indicatoren. Het digitale krantenarchief van NRC Handelsblad geeft 134 treffers voor “recessie” in het eerste kwartaal en 75 treffers in het tweede kwartaal van 2008.

Kortom, met een beetje inspanning is elke management presentatie tweepuntnuller te maken.

Wilte Zijlstra

Tags: ,

Comments 4 Reacties »

Als je alleen al kijkt naar Nederland dan zie je het al: Het ene marktonderzoek is het andere niet. En dat nog afgezien van een oordeel over de kwaliteit ervan. Robert van Ossenbruggen gaf in zijn column al aan dat de definities van marktonderzoek en MI niet eenvoudig te geven zijn. Dit soort discussies zijn natuurlijk goed en houden je scherp, maar bovendien geeft dit soort discussies ook aan dat we in Nederland erg ver zijn.

Met een Zuid-Afrikaanse collega die in heel zuidelijk Afrika marktonderzoek doet, had ik een gesprek over de praktijk van het dataverzamelen. Al snel begon me te dagen dat marktonderzoekers het hier in Nederland zo slecht nog niet hebben. In veel andere landen zijn er zulke grote praktische problemen dat de problemen in ons land totaal in het niet lijken te vallen. Want wat als je als onderzoeker gecontroleerd en ‘bijgestuurd’ wordt door overheden? Of als er geen stabiele elektriciteitsvoorziening of internetpenetratie is waardoor online onderzoek eigenlijk geen optie is? En de post is in sommige gebieden zo mogelijk nog onbetrouwbaarder.

En dan zijn er nog de respondenten die in zuidelijk Afrika een enorme (potentiële) markt vormen voor vrijwel alle producten en diensten die hier ook worden aangeboden en onderzocht. Bij deze respondenten is taal vaak een probleem; het analfabetisme is er groot en er zijn veel verschillende dialecten en talen. Zoals het artikel van het YoungWorks-team aangeeft, is het werven van de juiste respondenten (in Nederland) geen sinecure. In grote delen van zuidelijk Afrika ligt dat nog wat lastiger. De respondenten zijn vaak niet vertrouwd met marktonderzoek en hebben vaak geen idee wat er van ze verwacht wordt. Ze hebben soms het idee dat ze getest worden en durven dan geen antwoord te geven of geven een antwoord dat in ieder geval geen ‘kwaad’ kan (vraag aan iemand die net een slokje neemt uit een blikje Coca Cola: “Drink je wel eens cola?”. Antwoord, terwijl hij zijn blikje achter zijn rug verbergt: “Een goede vriend van me drinkt cola. Hoezo?”).

Een ander voorbeeld dat de Zuid-Afrikaanse onderzoeker gaf was een onderzoek met PDA’s. Dat was zo interessant voor inwoners van een grote stad in Tanzania dat de PDA uren lang rondging, en in plaats van onderzoeksgegevens terugkwam met een fatal error.

Ik heb hierboven op geen enkele manier een karikaturaal beeld van marktonderzoek in Afrika willen schetsen, zo gaat het er daar werkelijk aan toe. Dus als het wat tegenzit met de dataverzameling is zo’n kijkje over de grenzen zo slecht nog niet. Het plaatst onze problemen in perspectief en zorgt er in ieder geval voor dat ik toch kan denken aan Nederland als een walhalla voor marktonderzoek!

Karianne Vermaas

Tags:

Comments Geen reacties »

Bij de start van M.I.B. was het doel om een weblog te creeren die het hele marketing intelligence werkgebied zou dekken. Inmiddels hebben zich meerdere bloggers uit de verschillende vakgebieden aangemeld. Met veel plezier kan ik melden dat het eerste samenwerkingsverband een feit is. Vanaf deze week zal op woensdag de MOA column op M.I.B. worden geplaatst.

MarktOnderzoekAssociatie

De MOA, Center for Marketing Intelligence & Research is een vereniging van bedrijven en instellingen die zich bezig houden met marketing research en marketing intelligence. De MOA bestaat uit vier specifieke bedrijfsgroepen; de marktonderzoekbureaus, de opdrachtgevers van marktonderzoek, de toeleveranciers en de selectiebureaus voor de marktonderzoekbranche.

De MOA profileert zich als het Kenniscentrum van de Marketing Intelligence and Research Branche.

Tags: ,

Comments Geen reacties »